Ontmoet onze residente Zoë Demoustier
Tegenwoordig wandelt danseres en choreografe Zoë Demoustier (1995) rond in de gangen 30CC. Je kan haar kennen van topvoorstellingen zoals Unfolding an Archive (2021) en What Remains (2023). De komende drie jaar is ze resident bij 30CC. Veel dansen zal ze hier echter niet doen, want haar residentie bij 30CC bestaat voornamelijk uit onderzoek voor haar komende voorstellingen. En vooral de dansende oma’s en opa’s op het Seniorenbal lijken haar te interesseren.
Hoe zijn de afgelopen maanden al geweest voor jou?
Zoë: “Heel fijn, de Schouwburg is sowieso al een speciale plaats om te mogen zijn. De mensen die hier werken zijn fijn om mee samen te werken, die omgeving is supertof. Ik heb een tijdje terug een project gedaan met jongeren in het Wagehuys, een klein podium en niet per se een plek waar veel bewegingsvoorstellingen gespeeld worden. Die jongeren hadden wel het gevoel dat ze echt op de bühne stonden, maar tegelijkertijd had het de intieme sfeer van een repetitieruimte.”
Zoë: “Onlangs ben ik naar het seniorenbal komen kijken. Ik denk dat dat mijn lievelingsactiviteit van 30CC is. Dat sfeertje trekt mij echt aan. Je legt niet meteen de link tussen ouderen en uit je dak gaan, dat gebeurt dus wel.”
Je bent de komende drie jaar in residentie bij 30CC, aan wat ga je hier werken?
Zoë: “Een residentie betekent letterlijk dat je een plaats krijgt als artiest om je te vestigen, vaak een repetitieruimte. Mijn residentie hier richt zich vooral op onderzoek voor komende projecten: schrijven, lezen, in gesprek gaan met mensen. En dat gebeurt aan een tafel (lacht).”
Aan welke projecten ben je bezig?
Zoë: “Er liggen nu drie voorstellingen vast. Februari volgend jaar komt Hear the Silence uit, daarna is er The Wave en daarna komt er een voorstelling waar nu nog geen titel voor is. Het onderzoek daarvoor doe ik bij 30CC, omdat die telkens iets participatief hebben. De creatie en repetitie gebeurt elders.”
“Ik kom uit een gezin van journalisten, die nieuwsgierigheid zit in mij.”
Dat onderzoek, hoe gaat dat net in z’n werk?
Zoë: “Veel praten met mensen, schrijven, lezen. Mensen durven aanspreken. Ik kom uit een gezin van journalisten, dus die nieuwsgierigheid zit er wel in. Ik zou mijn voorstellingen niet documentair noemen, dat is misschien te zwaar, eerder semi-documentair. Ik verzamel verhalen uit de wereld rondom me, en die verhalen en bevindingen gebruik ik als basis om materieel te gaan creëren. Die verhalen zitten niet letterlijk in mijn voorstellingen, maar gelden als inspiratie of krijgen een nieuwe vertaalslag.”
Het Seniorenbal
Zoë: “Hear the Silence, de voorstelling die in februari 2026 in première gaat, gaat over de relatie tussen klassieke muziek en conflict, met wals als centrale dans. Ik zoek samen met mensen uit wat de wals is: wat betekent walsen vandaag? Is er zoiets als Europese muziek die ons verbindt? Hebben ouderen en mensen die naar België gevlucht zijn specifieke herinneringen aan muziek en conflict? Het netwerk van 30CC is daarvoor belangrijk: een grote database aan mensen, die gelinkt zijn aan het cultuurhuis.”
Voor dat onderzoek zal je dus zeker nog een keer bij het Seniorenbal passeren.
Zoë: “Dat zou leuk zijn! Eens kijken of die mensen nog kunnen walsen.”
“Je legt niet meteen de link tussen oud zijn en uit je dak gaan.”
Wat vind je eigenlijk zo fascinerend aan het Seniorenbal?
Zoë: “In deze maatschappij leggen we niet meteen de link tussen oud zijn en uit je dak gaan. Als je daar bent, zie je dat wél. Ik moet wel voorzichtig zijn met wat ik zeg (lacht). Ik weet natuurlijk niet hoe oud die mensen zijn of hoe oud ze zich voelen.”
Zoë: “In 2023 maakte ik What remains, een voorstelling waarin kinderen en ouderen samen performen. Ik wilde ook oudere lijven op scène te zetten: lichamen waar we minder snel naar kijken, waar we schrik voor hebben. Ik ben daar bang voor, bang om mijn lichaam te zien veranderen. Maar tijdens dat Seniorenbal zie je die lichamen dan zo hard dansen...”
En dat is wel herkenbaar?
Zoë: “Tijdens dat bal zie je dezelfde dynamieken terug als op andere fuiven: mensen die in groepjes staan te babbelen, mensen op de dansvloer, aan de bar, aan de dj booth.. Die taferelen, die ken je.”
Heb je al meegedanst met de senioren?
Zoë: “Nee... alleen nog maar geobserveerd. Misschien moet ik dat toch maar eens doen, maar dat voelt toch nog een beetje als een drempel. Alsof ik een indringer ben. Ik ben daar plots de uitzondering op de norm, ik sta in de precaire positie en dat is een goede confrontatie met jezelf. Maar het is er een keihard feestje. Het is niet van te walsen, die mensen gaan keihard (lacht).”
Iedereen mag meedoen
Participatieve werking staat centraal in je werk, wat betekent dat voor jou?
Zoë: “Dat is voor mij essentieel, zeker in mijn onderzoek. Mijn liefde voor de podiumkunsten gaat breder dan “gewoon” een voorstelling maken. Ik zoek in mijn werk naar de ontmoeting met mensen van verschillende leeftijden, achtergronden en expertise. Zet bijv. iemand van het Seniorenbal naast een twintiger die net in een professionele opleiding zit of een kind dat nog heel onbevangen is! Het gaat daarbij om het proces: je bouwt een band op met mensen en je publiek, je geeft iets terug aan de maatschappij en maakt daar deel van uit. Dat is voor mij veel belangrijker dan het niche circuit waar je voorstelling uiteindelijk in terechtkomt."
Is dat dan de belangrijkste drijfveer om participatieve voorstellingen te maken?
Zoë: “Ja, ik denk het wel. Enerzijds om er ervaringen op te doen en verschillende mensen te leren kennen die je blik opentrekken, en tegelijkertijd ook proberen zo verschillend mogelijke mensen in de zaal te krijgen.”
Tijdens je residentie bij 30CC ga je het publiek heel actief betrekken bij je onderzoek.
Zoë: “Klopt. Ik recycleer het ouderwetse idee van de culturele salons om het publiek te betrekken bij mijn onderzoek naar bijvoorbeeld de wals. ‘s Avonds voer ik dan gesprekken, toon ik fragmenten, deel ik bevindingen uit mijn onderzoek of nodig ik gasten uit die over dat onderwerp komen praten. Met eten als verbindende factor!
Een echte bonbonnière
Wat is je eerste herinnering aan de schouwburg van 30CC?
Zoë: “Ik denk dat dit het eerste podium is waar ik ooit heb opgetreden. Het is bijzonder om toe te komen in de schouwburg. Het is zo een mooie zaal, maar door die emotionele verbinding is het voor mij echt de mooiste zaal van het land.
Kan je je nog veel herinneren van die eerste voorstelling hier?
Zoë: “Ja (enthousiast). Dat was met de dansschool, ik moet toen een jaar of zeven zijn geweest. Ik had een hoedje met kerstlichtjes op. Ik weet ook nog dat er oudere dansers bij waren, en ik mocht dansen naast een oudere mevrouw. Dat vond ik heel cool. (lacht) En er waren croque-monsieurs! Zulke dingen herinner je je, en niet meer hoe het was om daar te staan. Ik weet wel nog dat het podium supergroot leek, dat rode fluweel... Een echte bonbonnière.”
Is het podium dan je lievelingsplek hier?
Zoë: “Het mooie aan het podium is het uitzicht op de zaal. De mensen in de zaal beseffen dat misschien niet, want zij zitten in de zaal en kijken náár het podium. Maar mijn echt lievelingsplekje is zeker het bovenste balkon, waar je heel dicht bij de tekening op het plafond zit. Dat is een magische plek. Ik heb wel hoogtevrees, dus het is altijd een beetje spannend. Als ik aan het werk ben in de Schouwburg, ga ik daar soms even zitten en dan zie ik de techniekers de voorstelling die die avond speelt opbouwen. Een beetje als een voyeur, want ik zit daar stiekem.”
Zoë Demoustier is de komende 3 jaar resident bij 30CC. Check de website en de socials van 30CC en blijf zo op de hoogte van Zoë’s activiteiten.