Digitale verbinding op kinderkunstenfestival Rode Hond
Op festival Rode Hond worden kinderen en hun familie ondergedompeld in een warm kunstbad. Het festival kiest voor een breed aanbod, zodat iedereen gulzig kan proeven van alles wat de kunsten te bieden hebben: van theater tot circus, van film tot literatuur … en ook digitale kunst krijgt een plek op Rode Hond. De Schouwburg, tevens het kloppende festivalhart, wordt hiervoor omgetoverd tot een multimedia-speeltuin voor jong en iets ouder. De Gamehall wordt dit jaar voor het eerst ingericht door twee digitale kunstenaars: game designer, illustrator en animator Diana Monova (°1992) en BOZAR’s digitale dramaturg Jafar Hejazi (°1992). We spraken met hen af in Artcade, een immersieve expo over technologie en gaming, want waar praat je beter met twee digitale verhalenvertellers dan te midden van de vintage computers en pixelkunst?
Hoe zijn jullie als digitale curatoren van de Rode Hond Gamehall te werk gegaan? Waarop lag jullie focus?
Jafar: “Het samenstellen van games en installaties voor Rode Hond is anders dan bij andere projecten, omdat het festival zijn eigen geschiedenis heeft. Er zijn al veel edities geweest, jullie zitten aan de 19e ondertussen, dus we moesten allereerst begrijpen hoe het festival werkt, wie er komt en waar het voor staat. Vervolgens hebben we onze ideeën voor de programmatie afgestemd op het publiek, rekening houdend met de geschiedenis en alles wat dit festival uniek maakt.”
Diana: “Een belangrijke leidraad voor ons was dat het festival draait om verbinding: tussen ouders en kinderen, maar ook tussen kinderen onderling. Vanuit dat principe zijn we op zoek gegaan naar ervaringen die fysieke, actieve elementen bevatten en waarin je moet samenwerken. Daarom hebben we ons vooral gericht op multiplayer games.”
Is het de eerste keer dat jullie samenwerken? En zaten jullie direct op één lijn of vulden jullie elkaar eerder aan?
Diana: “Wel, we hebben samen gestudeerd, we hebben allebei een postgraduaat digital storytelling gedaan in Gent...”
Jafar: “Maar het is de eerste keer dat we echt samenwerken aan een project. Het was eigenlijk heel complementair omdat we allebei een andere expertise hebben. Ik heb eerder een achtergrond in theater, dus ik let vooral op lichamelijkheid en interactie. Diana heeft dan weer een achtergrond in game design en animatie, dus zij begrijpt visuals veel beter dan ik en heeft ook meer ervaring in het werken met kinderen. Die combinatie werkte erg goed bij de selectie.”
Al de games en multimedia-installaties die jullie hebben gekozen, zijn van de hand van onafhankelijke kunstenaars en game designers. Waren er daarnaast nog andere criteria die jullie belangrijk vonden bij het samenstellen van het programma?
Jafar: “Ja, bijvoorbeeld dat de games niet gewelddadig zijn, dat was erg belangrijk bij de selectie. En dat ze een verhaal vertellen waar het publiek echt in kan opgaan, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een standaard shooter (spelgenre waarin schieten met wapens centraal staat, n.v.d.r.).”
Diana: “Daarnaast hebben we nagedacht over hoe we de ruimtes van de Schouwburg op een interessante manier konden benutten. We wilden dat de games fysieke elementen bevatten en lieten ons bijvoorbeeld inspireren door de alternative controller-scene (subcultuur waarin niet-traditionele spelbesturingsapparaten worden gebruikt om games te spelen, n.v.d.r.). Zo zijn er naast grote schermen ook echt objecten waarmee gespeeld kan worden.”
Wat me meteen opviel in de programmatie van de Gamehall was inderdaad die zeer verschillende manieren van spelen. Bij Crashboard gebruik je bijvoorbeeld een skateboard, bij Between je hele lichaam. Jullie zijn echt op zoek gegaan naar zulke zintuiglijke spelervaringen?
Diana: “Voor ons was het echt een pluspunt als de games een fysiek of lichamelijk element bevatten. Dat je je lichaam moet gebruiken ook al speel je in een digitale omgeving.”
Jafar: “Precies, het draait om de intersectie tussen het fysiek en het digitale. We willen dat het publiek fysiek actief is, terwijl hun inspanning zich eigenlijk in een digitale context afspeelt. Dat hybride spelaspect speelde een belangrijke rol in de curatie, daar wilden we echt op inzetten.”
Het doorbreekt het negatieve beeld dat games soms hebben, dat ze passief zijn of dat de spelers vastgelijmd zitten aan hun scherm.
Jafar: “We willen op het festival inderdaad graag een ander soort ervaring creëren. Het verhaal en de interactie gebeuren hier niet tussen een deelnemer en een scherm, maar tussen de deelnemers zelf.”
Diana: “Games hebben inderdaad soms een negatief imago, maar ik vind net dat ze het maken van kunst voor iedereen toegankelijk maken. Ze nodigen mensen uit om samen speels te zijn. Voor het festival kozen we games die leuk zijn om te spelen, maar ook interessant zijn om naar te kijken. Bijvoorbeeld Between, waarbij je geometrische vormen die op de vloer worden geprojecteerd, moet nabootsen met de schaduw van je lichaam. Van buitenaf ziet het eruit als een soort funky dansvoorstelling, en je bent vrij om erbij te springen en gewoon mee te doen. En dat voelt juist erg positief en uitnodigend.”
Digitale kunsten kunnen de podiumkunsten versterken en vice versa?
Diana: “Ik denk dat er een zeer interessante overlap is tussen games, theater en performancekunst. Ik weet niet hoe dit zich in de toekomst zal ontwikkelen, maar het is in ieder geval een erg spannende evolutie. Zo zijn er bijvoorbeeld role-playing games (spelgenre waarin je een personage speelt in een fictieve setting, n.v.d.r.) die je eigenlijk kan zien als improvisatietheater zonder publiek. Het draait volledig om de ervaring van de spelers. Het werkt zoals een klassieke theatervoorstelling, maar je hoeft geen professional te zijn en ervaart geen druk om perfect te presteren. Het gaat echt om de ervaring van het spelen en het performen.”
Jafar: “Historisch gezien draait theater om catharsis, en dat is bij games eigenlijk ook zo. In de theaterzaal ervaar je een andere wereld via de acteurs, in een game doe je dat door in de huid te kruipen van een personage of een object.
Sinds de afgelopen eeuw zien we steeds meer experimenten met interactieve vormen van theater, zoals bijvoorbeeld rollenspellen of locatietheater, waarin geprobeerd wordt om de afstand tussen het klassieke theater en het publiek te verkleinen. Gaming probeert dat ook, waardoor er inderdaad meer raakvlakken ontstaan tussen theater en games.”
Hoe vertaal je dat naar een jong publiek?
Jafar: “Ik ben zelf opgegroeid met gaming en chatten in chatrooms, wat ook een vorm van interactieve media is, en ik merk dat mensen van mijn generatie en jonger een heel andere mindset hebben ten opzichte van media en kunst. Passief consumeren is voor hen niet zo vanzelfsprekend meer. Zeker niet voor kinderen die opgegroeid zijn met sociale netwerken, zoals degenen die naar Rode Hond komen. Ze zijn het gewoon om hun eigen verhalen te creëren en te vertellen, en om actief te interageren met media, ook wanneer ze deze aanvankelijk passief bekijken. Voor deze jonge generaties is het daarom essentieel om kunst interactief te maken en deelnemers meer eigenaarschap en invloed te geven over hun ervaring.”
Dus het is niet louter spelen in de Gamehall.
Jafar: “Co-creatie zit sowieso ingebakken in de gamecultuur. Zelfs bij commerciële games creëren spelers vaak hun eigen personages en verhalen. Dat aspect nodigt mensen uit om actief deel te nemen, misschien wel meer dan bij andere kunstvormen.”
Stel: je stapt voor de eerste keer de Gamehall binnen. Welke game zouden jullie direct willen uitproberen?
Diana: “Ik denk Line Wobbler van Robin Baumgarten, een heel leuk spel en makkelijk om in te stappen. De maker noemt het zelf een eendimensionale dungeon crawler (spelgenre waarin je een doolhof moet doorlopen, met hierin verschillende obstakels en puzzels, n.v.d.r.), waarbij je een klein lichtje moet besturen dat langs een LED-strip voortbeweegt. Er zijn obstakels op de LED-strip die je moet vermijden door met een controller te schudden. De moeilijkheidsgraad hangt af van hoe de LED-strip wordt opgesteld, in bochten of in een bepaalde vorm. We gaan drie Line Wobblers opbouwen doorheen de Schouwburg, elk met een ander spelniveau.”
Jafar: “Ik vind Breaking News echt geweldig. Het werkt met een wel erg bijzondere alternative controller: een oude televisie. Je bedient hem door erop te meppen, net zoals je vroeger bij een beeldbuis deed als het beeld haperde. Elke tik verandert het verloop van het spel, en dat is echt ongelooflijk leuk. Het is een van mijn favorieten uit het programma. Het is geschikt voor alle leeftijden, het kan in principe overal neergezet worden, zelfs op straat, en echt iedereen kan het spelen. Je hoeft geen ervaring te hebben of bang te zijn dat je niet weet hoe een controller werkt; je moet er gewoon op slaan.”
Diana: “Kan je je voorstellen dat een kind je nu vraagt waarom je in hemelsnaam een televisie zou slaan?”
Jafar: “Ja, klopt! Dat is meteen een leuk gesprek tussen generaties.”
Diana: “Er zal trouwens ook een speelautomaat staan van SHIFT, het jeugdhuis dat een plek heeft in de Schouwburg van 30CC. Het ziet eruit als een traditionele arcadegame, maar dan vol met games die door de jongeren zelf zijn gemaakt. Daar ben ik ook benieuwd naar.”
Om af te sluiten, met welke huidige ontwikkelingen in gaming en digitale media zijn jullie momenteel bezig?
Diana: “Ik ben persoonlijk geïnteresseerd in het samenbrengen van fysieke ervaringen en digitale games. Daarnaast hou ik ook van role-playing games, omdat die een krachtig instrument kunnen zijn om over jezelf en over anderen te leren; je kruipt bijvoorbeeld in de huid van personages waar je in eerste instantie niets mee gemeen hebt.
Met mijn achtergrond in animatie en film heb ik een voorliefde voor verhalen en visual storytelling, maar daarnaast vind ik het belangrijk dat mensen samen zijn en samen spelen. Technologieën zoals augmented reality (het toevoegen van virtuele elementen aan de werkelijkheid, n.v.d.r.) of mixed reality (het toevoegen van virtuele elementen die interageren met de werkelijkheid, n.v.d.r.) maken het mogelijk om die verhalen en visuals te combineren met fysieke interactie en nieuwe ervaringen. Op dit moment ontwikkel ik trouwens zelf een augmented reality-game waarbij fysieke objecten een grote rol spelen; het wordt een soort AR-legpuzzel.”
Jafar: “Ik maak me soms zorgen, en ik wil niet somber klinken, dat we door steeds meer met digitale tools en technologie bezig te zijn, onze band met elkaar verliezen. Daarom wil ik me, net zoals Diana zegt, concentreren op menselijke connectie. Laten we het ‘digital togetherness’ of ‘digitale verbondenheid’ noemen. Hoe kunnen we samen zijn en een band creëren? Want de algemene perceptie van al deze tools is dat ze isoleren, maar hoe kunnen we dat overstijgen en echt verbinding maken? En laten we niet vergeten dat we in veel gevallen technologie helemaal niet nodig hebben om connectie te maken, en dat we ook low tech (tegenover high tech, n.v.d.r.) kunnen zijn.”
Rode Hond festival >>> za 25 t.e.m. di 28 oktober
Je kan elke dag samen komen gamen in het Festivalcentrum van 10.00 tot 18.00 uur.