CIRKLABO-festival door het oog van Samuel Pennynck: It's warmer under the snow

27/12/2022

Samuel Pennynck schreef een artikel over CIRKLABO-festival. Hij studeert Theaterwetenschappen aan de UGent. Tien jaar lang deed hij circus. Nu voert hij niet langer uit maar schrijft hij over circus, o.a. voor Etcetera.

>> lees hier het volledige artikel van Samuel Pennynck

Kaaos Kaamos speelde op zaterdag 17 december hun wereldpremière van de voorstelling It's warmer under the snow in de Predikherenkerk, tijdens het Leuvense CIRKLABO-festival. Ik zag, en beschrijf hier, de generale repetitie van de dag voordien. Kaaos Kaamos is een internationaal gezelschap met artiesten uit Zweden, Argentinië, Israël, België, Duitsland en Nieuw-Caledonië. De naam van het gezelschap is een zinspeling op de plek waar het collectief het levenslicht zag: het hoge Noorden. Kaaos betekent chaos in het Fins, Kaamos betekent Poolnacht. De poolnacht is het natuurverschijnsel waarbij de zon gedurende een heel etmaal niet boven de horizon uitkomt, wat uitsluitend gebeurt ten noorden van de Noordpoolcirkel en ten zuiden van de Zuidpoolcirkel. De Poolnacht, licht en duister, koude en warmte zijn de centrale thema’s in It's warmer under the snow. Ook -niet onopvallend- de titel is een directe verwijzing naar de thema’s.

Wanneer je geconfronteerd wordt met iets zo moeilijk te bevatten als de delicate dans van het Noorderlicht, of de complete duisternis die net over de grens van het licht staat.
Wanneer iets groters dan jezelf je aanstaart, wordt het loslaten van onze verschillen en ons verbinden in empathie de manier waarop we rust vinden.[1]
(Selectie uit de voorstellingstekst)

In It's warmer under the snow worden er drie disciplines uitgevoerd: banquin, acro porté, en Aerial Cradle. Drie technieken waarbij de acrobaten elkaar zorgvuldig dragen, omhoogwerpen, opvangen, smijten, ondersteunen, sturen en begeleiden. Ook wordt er gezongen en ge-beatboxed en is er live muziekbegeleiding van Peter Reynolds. Bij het binnenkomen van de kerk wordt het publiek door een tussenkamer geleid waar mini-lucifersculpturen opgesteld staan in een donkere kamer, slechts verlicht door kaarsen. Ze beelden verschillende acrobatische trucs uit. De kaarsen die voor de sculpturen staan zorgen voor een schaduwspel op de muren. De lucifersculpturen komen tot leven door de schaduwprojecties. Deze kamer geeft een voorbode voor wat later in de voorstelling, levensgroot en met echte lichamen, te zien zal zijn. Licht en donker speelt meteen een belangrijke rol. Vooraleer het publiek in het schip van de kerk terechtkomt, wordt het door een gangpad van donkere doeken gestuurd en krijgt het een nog niet opgebrande lucifer in de hand gedrukt. Uiteindelijk komt het publiek in het schip en krijgt het een plekje toegewezen op kerkstoelen. Het is er koud en de vloer is bezaaid met wit kalkpoeder. Dat kalkpoeder smeren de acrobaten op hun handen en voeten tegen het glijden en het zweet. Twee halve cirkels en twee kleine stoeleneilandjes te midden daarvan en centraal in de speelruimte (het ‘podium’) vormen een manier om toegankelijk in interactie te treden met de kijker. Er wordt bijvoorbeeld over het publiek op de eilandjes gesprongen. De spelers gaan tussen het publiek zitten en ontsteken een eerste lucifer, dan een tweede aan de hand van de eerste. Langzaamaan doet ook het publiek mee met de lucifers, en wordt hun doel duidelijk: het delen en verspreiden van licht en warmte. De kerk en de kaarsen wekken een erg sacrale en ritualistische sfeer op. Maar verder wordt daar niet op in gegaan tijdens de voorstelling. De massieve zuilen steken hard boven het publiek uit, net als de installatie voor de Aerial Cradle. Eenmaal alle lucifers opgebrand zijn, begint de performance waarin de drie technieken getoond worden op hoog niveau.

Een van de interessantste scènes is wanneer het volledig duister is en helemaal bovenin de installatie voor de Aerial Cradle één van de spelers zit. Hij gaat met een zaklamp de ruimte rond, zoekend naar tableaux vivants. Een duo kopstaanders, een speler met twee medespelers op de schouders, een sneeuwval nagebootst met kalkpoeder en een acrobate die het licht ontvlucht als was het een zoeklamp, komen beurtelings tevoorschijn uit het duister. De aandacht wordt gevestigd op een tableau en simultaan wordt een ander tableau voorbereid op een andere plek. De zaklamp fungeert als een manueel bestuurde spot.

In het slot van It's warmer under the snow speelt de Aerial Cradle de hoofdrol. Eén persoon hangt zo’n vier/vijf meter ondersteboven in de installatie en zwaait, gooit en vangt een ander persoon met zijn armen. Daarbij worden salto’s, pirouettes en andere trucs uitgevoerd. In die trucs is Kaaos Kaamos best origineel. Een grote, één meter dikke opblaasbare mat ligt onder de installatie, in geval van nood. Het publiek wordt voor de aanvang van de finale door de spelers begeleidt naar de ruimte naast beide kanten van de mat en krijgt kussentjes om op te zitten. Zo worden de installatie en de trucs nog hoger en impressionanter. De spelers die even niet betrokken zijn in de acrobatische uitvoeringen gaan tussen het publiek zitten en kijken mee. Nadat de laatste truc is uitgevoerd gaan alle acrobaten tussen het publiek zitten en blaast de grote mat zijn lucht uit. Langzaam zakt de mat naar de grond en komen de gezichten van het publiek aan de andere kant tevoorschijn, alsof het ijs smelt en de onzichtbare inhoud ervan terug tevoorschijn komt.

It's warmer under the snow gebruikt op verschillende manieren licht; als (technische) tool, interactie, esthetica en sfeerbrenger terwijl de onderwerpen ijs en warmte een stuk letterlijker aangeraakt worden. Die thema’s beperken zich tot de sculpturen, de lucifers en het kalkpoeder. Ten slotte zit It's warmer under the snow technisch-acrobatisch erg goed in elkaar en is er een goede afwisseling tussen beweeglijkheid en stilstand, licht en donker, koude en warmte.

[1] ‘Kaaos Kaamos’, geraadpleegd 19 december 2022, https://www.cirklabo.be/nl/resident/kaaos-kaamos.