Stratton Bull geeft masterclasses polyfonie

"Polyfonie, ingewikkeld? Dat valt wel mee", zegt Stratton Bull, eredirigent bij Cappella Pratensis. Naar aanleiding van ‘Passie van de Stemmen’, ons jaarlijkse festival voor polyfone muziek, trekt hij naar Leuvense amateurkoren en geeft hij hen een masterclass polyfonie.

Polyfonie voor beginners

Misschien eerst voor de leken onder ons: wat is polyfonie net?

Bull: “Het lijkt een moeilijk woord, polyfonie, maar het betekent letterlijk ‘meerdere stemmen’. Dat wordt ook meerstemmigheid genoemd. Het komt erop neer dat er meerdere melodieën tegelijkertijd worden gezongen. In de polyfonie heb je meerdere stemmen die allemaal gelijk zijn en hun eigen verhaal vertellen. Door de regels van de compositie klinkt alles mooi samen en vormen de aparte melodieën een welluidend geheel.”

Bull: “Polyfonie is er altijd geweest. Het is eerder een manier van denken en componeren dan een bepaalde periode. De polyfonie die centraal staat tijdens deze editie van ‘Passie van de Stemmen’ is de polyfonie van de vijftiende eeuw. De late middeleeuwen en het begin van de renaissance was een hoogtijd voor de polyfonie in de Lage Landen, de bakermat zeg maar. Componisten, zangers, composities van hier gingen naar hoven en kathedralen in heel Europa. Het was hier ground zero.”

Hoe kwam het dat De Lage Landen ground zero waren voor de polyfonie uit de vroege renaissance?

Bull: “Om het kort te zeggen: cultuur volgt geld. Het is natuurlijk veel complexer dan dat. Het Leuven van de 15e eeuw bijvoorbeeld was heel welvarend, met de nieuwe Sint-Pieterskerk en het Stadhuis als paradepaardjes. Die grote Vlaamse steden drukten zich ook uit via kunst: muziek, wandtapijten, beelden, schilderijen ... In heel Vlaanderen ontwikkelde zich toen een heel netwerk van koorscholen en componisten.”

‘Passie van de Stemmen’ gaat deze editie 600 jaar terug in de tijd. Hoe moeten we ons de muziek uit de vroege 15e eeuw voorstellen?

Bull: “Dat was het begin van die hoogdagen van de polyfonie. Dat betekent natuurlijk niet dat er geen fantastische muziek daarvoor was, maar de renaissancemuziek die wij nu kennen ontstond toen. In die periode kwamen er een aantal elementen samen die de muziek die welluidende kwaliteit geven.”

Bull: “In West-Europa was het courant om volgens strenge mathematische constructies te componeren, terwijl waren de Engelsen bezig met harmonieën die wij hier niet kenden. Dat was vreemde muziek voor ons. In de vroege 15e eeuw waaiden die Engelse ideeën over naar het vasteland en zo is de muziek harmonieuzer gaan klinken. Guillaume Du Fay is daar een goed voorbeeld van: die heeft het ene been in de oude wereld en het andere in de nieuwe. Je hoort dat in zijn composities, die oude mathematische constructies met frisse harmonieën.”

Bij Cappella Pratensis, het koor waar je jaren artistiek leider was, zingen de koorleden met z’n allen rond één groot koorboek. Dat is dé manier van uitvoeren in die tijd?

Bull: “Inderdaad. Daarom moeten de noten redelijk groot afgebeeld staan, dat iedereen ze kan lezen. Het beperkt trouwens ook het aantal zangers. Cappella Pratensis is een van de enige professionele ensembles die op die manier zingt. Op afbeeldingen uit die tijd zie je trouwens dat de zangers rond de pupiter vaak een hand op de schouder hebben van een buurman. Onder leiding van Tim Braithwaite gaat Cappella Pratensis dat nu uitproberen. Niet alleen via de stemmen en de muziek interactie opzoeken, maar ook lichamelijk. Als een hechte groep maten muziek maken."

En voor amateurs

In het kader van Amateurama 2.0 geeft u een masterclass aan amateurkoren. Is dat iets wat u vaker doet?

Bull: “Ja, en vooral vaker zal doen in de toekomst. Ik ben eind vorig jaar afgetreden als artistiek leider bij Cappella Pratensis. Nu geef ik les en cursussen aan verschillende groepen, ook aan amateurs en zelfs heel graag.”

Waarom?

Bull: “Polyfonie klinkt heel moeilijk, en vaak hebben amateurkoren dan het gevoel dat ze daar maar beter vanaf blijven, dat dat eerder voor professionele koren is. Maar het is niet zo moeilijk als het lijkt. Over de jaren heen heb ik een manier gevonden om mensen in te leiden in de polyfone muziek en eens dat begint te rollen, zijn de zangers verkocht.”

Bull: “De koren die kiezen voor een workshop polyfonie hebben daar natuurlijk al op voorhand wat interesse in, dus ik moet ze niet zozeer overtuigen (lacht). Polyfonie is een gelijktijdige melodie, daar draait het mij om. Professionele zangers met een theoretische achtergrond begrijpen dat gemakkelijker, maar zelfs zij hebben het er moeilijk mee hoor. In de uitvoering wordt dat vaak vergeten en wordt er vooral gefocust op samenklank: alles moet mooi samenlopen en zuiver zijn van klank. Dat is natuurlijk zo, maar het gaat ook om de onafhankelijkheid van de melodieën, die moeten helder zijn en elke melodie moet zijn eigen karakter hebben. Dat probeer ik hen mee te geven. En als dat begint te klikken, is het heel leuk voor de koren om die muziek te zingen.”

En ook voor u, lijkt me, om die masterclass te geven.

Bull: “Ja zeker, dat is onderwijs. Dat is zien dat de boodschap overkomt en er een soort lichtje gaat branden. Dat is de beloning voor de docent.”

Wat vindt u het schoonste aan amateurkoren?

Bull: “De toewijding. Niet dat professionele zangers niet toegewijd zijn, maar zij worden betaald om daar te zitten. Amateurs geven vrijwillig wat van hun tijd aan de muziek, ze investeren daar heel veel in. En soms komt er dan iets, je kan het liefde noemen, en dat hoor je in hoe ze zingen. Amateur, dat woord betekent liefde. Dat geeft een soort kwaliteit. Puur technisch is die muziek misschien niet zo goed als bij professionelen, maar ze werken veel harder om het klaar te stomen.”

In 2025 viert KU Leuven haar 600ste verjaardag. Daarom blikt 'Passie van de Stemmen' terug naar de klinkende wereld van de vroege vijftiende eeuw.
Passie van de Stemmenvr 25 (uitverkocht), za 26, wo 30 april - za 3 & za 10 mei - info & tickets

Het festival is een organisatie van 30CC en de Alamire Foundation.