Cultuur, tot ín woonzorgcentra
Cultuur is voor altijd, ook wanneer je naar een woonzorgcentrum verhuist. Daarom trekt Ilke Teerlinck samen met dansgezelschap tout petit naar verschillende Leuvense woonzorgcentra met de voorstelling Zulllen we samen.... De polyvalente zaal wordt er heel even een theaterzaal, want voor ouderen is het vaak moeilijk om zich te verplaatsen naar een cultuurhuis, maar ook zij hebben recht op toegang tot cultuur.
“Een woonzorgcentrum is een kruispunt waar heel verschillende mensen samenkomen.”
Ilke Teerlinck (31) is danser en choreograaf. Samen met tout petit, een gezelschap dat dansvoorstellingen voor een jong publiek maakt, creëerde ze Zullen we samen..., een intergenerationele voorstelling die speelt ín woonzorgcentra.
“Vlak na de coronaperiode kreeg tout petit de vraag om een voorstelling te maken voor een jong publiek die zou spelen ín een woonzorgcentrum. Die vraag kwam er omdat de bewoners van woonzorgcentra heel zwaar getroffen werden door de coronacrisis: het gevaar van de ziekte enerzijds en de eenzaamheid anderzijds.”
“Zullen we samen... is het eerste stuk dat ik zelf gechoreografeerd heb. Daarvoor zag ik mezelf niet echt als maker, het concept van deze voorstelling heeft me over de streep getrokken. Dat ik iets kon betekenen voor mensen die zelf niet zomaar in het theater geraken. Na corona had ik zelf veel nood aan verbinding en positieve verhalen: Zullen we samen... is een voorstelling waarin ontmoeting centraal staat.”
Wie ontmoeten elkaar dan?
“Mijn collega Gold en ik dansen de voorstelling: wij ontmoeten elkaar doorheen de dans. Tegelijkertijd zorgen wij voor een verbinding tussen het publiek, dat is vooral een ongedwongen ontmoeting. Geleidelijk aan groeit dat, omdat je een uur samen spendeert door samen de voorstelling te bekijken. Door de ontmoeting tussen ons en het publiek te installeren, installeren we de ontmoeting tussen het publiek onderling.”
“De ontmoeting tussen het publiek gebeurt heel organisch. Ze zitten aan de weerszijden van het dansvlak en de senioren zitten er al terwijl de kinderen al spelend binnenkomen en een plekje zoeken tussen de senioren. De bewoners zien en horen de kindjes rondom hen, zien de gezichtjes aan de overkant of beginnen zelfs tegen elkaar te praten. Die combinatie tussen die leeftijdsgroepen is zo mooi. De bewoners van woonzorgcentra zo in de ban van die kinderen. Je ziet hen oplichten. Op het einde van de voorstelling wordt die verbinding ook expliciet gemaakt met koordjes. De bewoners van het woonzorgcentrum houden die vast, terwijl de kinderen dan spelen in dat spinnenweb.”
“De voorstelling draait om een uur samen te lachen, spelen en kijken."
“De voorstelling draait om een uur samen te lachen, spelen en kijken. Je brengt een uur samen door en ontmoet nieuwe mensen. Dat is de essentie. Waarom zouden mensen in een woonzorgcentrum naar een voorstelling komen kijken als je daar niet het belang van die ontmoeting aan koppelt? Iedereen leeft daar op zo'n moment op, omdat er opeens iets gebeurt, iets dat helemaal anders is dan normaal.”
Jullie trekken naar woonzorgcentra met jullie voorstelling. Dat lijkt me niet meteen de meest evidente locatie om te spelen.
“Dat valt goed mee hoor. De meeste centra hebben een polyvalente ruimte of een bar waar heel veel plaats is. De voorstelling is er ook op voorzien dat die in de meeste woonzorgcentra kán gespeeld worden. We hebben een soort constructie als decor en attribuut en die past gewoon in de auto of in een lift (lacht).”
Hoe belangrijk is het dat we cultuur naar woonzorgcentra brengen?
“Ik speel heel veel theatervoorstellingen, in grote zalen. Niet iedereen geraakt daar. Hoe ouder je wordt, hoe minder en minder evident het wordt om die verplaatsing te maken. In de woonzorgcentra is het soms al een hoop gedoe om de mensen van hun kamer naar de polyvalente zaal te brengen... We gaan met Zullen we samen... naar mensen die nog steeds de nood hebben om kunst te zien, om meegenomen te worden. Dat zijn de momenten waarop mensen tot leven komen of die emoties oproepen. Het is belangrijk om te blijven leven en niet om van maaltijd naar maaltijd naar rustmoment naar bed te gaan. Er is nog zo veel meer in het leven, ook als je oud bent."
“Het is belangrijk om te blijven leven en niet alleen maar van maaltijd naar maaltijd te gaan.”
“We merken dat er nood is aan cultuur in de woonzorgcentra. Bewoners zeggen ons na de voorstelling dat ze zich geen vergeten bevolkingsgroep meer voelen. Die uitspraken raken mij, dat had ik voor ik aan dit project begon ook niet verwacht. Kunst verbindt. Als maatschappij moeten we voor elkaar blijven zorgen, elkaar de hand uitreiken. Al is dat maar een schouderklopje, het heeft een ontzettende impact.”
Hoe reageren de bewoners?
“Als je kunst náár een plek brengt, dan krijg je heel verschillende reacties. Dat hoort erbij (lacht). In het theater kiezen mensen heel bewust voor je voorstelling en hebben ze vaak affiniteit voor theater. Nu spelen we voor mensen die eigenlijk niet weten naar wat ze komen kijken of die nog nooit een voorstelling hebben gezien! Over het algemeen zijn de mensen heel positief verrast. Zullen we samen... is hedendaagse dans, maar wel heel leesbaar en toegankelijk.”
“De voorstelling maakt veel los bij mensen. Op een bepaald moment verbinden we de kinderen letterlijk met de senioren, die connectie ontroert veel mensen. Plots staan ze weer in verbinding met elkaar. Dan hoor je dat het een maand geleden is dat ze nog zijn aangeraakt. Of ze zeggen dat ze weer even verder kunnen. We hebben ook vaak mensen met Alzheimer en hun families in de zaal. Omdat die mensen plots in een situatie zitten waar er niets van hen verwacht wordt en even echt in het moment kunnen leven, bloeien die heel vaak open, blijkbaar. Dat is heel emotioneel voor de omgeving van die mensen, die opeens een ouder weer herkennen. Dat vind ik het mooiste compliment."
“Ik heb van de bewoners geleerd om in het nu te leven: ik heb nu alles in handen om gelukkig te zijn.”
Wat doet dat dan met jou?
“Dat raakt mij enorm. Ik praat heel veel met de bewoners. Omdat in veel woonzorgcentra maar beperkt personeel is die de mensen van hun kamer naar de voorstelling brengen, zitten de senioren al even op voorhand in de zaal. Dan ben ik aan het opwarmen en raken we aan de praat. Ik vertel een beetje over de voorstelling en zij vertellen over zichzelf: hoe ze daar wonen, maar soms ook hele levensverhalen. Die ontmoetingen vind ik zo bijzonder. Die mensen lopen al zo lang rond op deze aardbodem en hebben al zo veel meegemaakt. Toen we een voorstelling speelden in Zweden, vertelde een van de bewoners dat ze vroeger een spion was geweest. Die sprak wel tien talen en had heel de wereld als undercoveragent gezien. Een woonzorgcentrum is een kruispunt waar heel verschillende mensen samenkomen, dat is megaboeiend. Ik leer ontzettend veel van die mensen: je hoort vaak spijt, dat ze dingen niet hebben kunnen doen die ze graag hadden gedaan en nu niet meer kunnen. Ik heb geleerd om meer in het moment te leven, ik heb nu alles in handen om... ja, gelukkig te zijn en om later te kunnen terugkijken op een gelukkig leven. Dus ja, woonzorgcentra zijn bijzondere plekken."
Zullen we samen... speelt in november 2024 en april 2025 in verschillende Leuvense woonzorgcentra en is toegankelijk voor iedereen vanaf drie jaar. Tickets en info vind je op www.30cc.be/zullenwesamen... .